Online ben jij het ook
Thema: online gedrag en verantwoordelijkheid
Duur: ± 45 minuten
Doel: leerlingen herkennen hoe online gedrag invloed heeft op anderen én op henzelf. Ze denken na over welke keuzes ze online zelf willen maken.
Leerdoelen
Na deze les kunnen leerlingen:
- herkennen wanneer online gedrag over een grens gaat;
- uitleggen waarom iets online anders kan overkomen dan bedoeld;
- nadenken over hun eigen verantwoordelijkheid in groepsapps en op sociale media;
- bepalen wat voor online persoon ze zelf willen zijn.
1. Start: De screenshot-test 5 minuten
Zet op het bord:
Zou je het nog steeds sturen als je wist dat er morgen een screenshot van op het digibord stond?
Laat leerlingen individueel drie dingen bedenken die mensen online gemakkelijker doen dan in het echt.
Bijvoorbeeld:
- iets gemeners zeggen;
- iemand negeren;
- doorsturen zonder toestemming;
- reageren zonder na te denken;
- meelachen met iets;
- stoerder doen.
Bespreek kort: Waarom is online gedrag soms anders dan offline gedrag?
2. Werkvorm: De groepsapp ontploft 15 minuten
Geef groepjes een fictieve groepsapp. Niet één duidelijke pestcasus, maar een situatie die langzaam verandert.
Bijvoorbeeld:
16.02 – Jayden:
Heeft iemand die foto van Sem van gym? 😂
16.03 – Lina:
HAHA ja
16.04 – Mo:
Stuur dan
16.05 – Yara:
Doe niet man
16.06 – Jayden:
[foto]
16.07 – Lina:
💀💀💀
16.08 – Mo:
Deze moet op snap
16.09 – Sem:
Kunnen jullie ff normaal doen
16.10 – Jayden:
Rustig is toch grapje
De groep krijgt geen vragenlijst, maar vier kaartjes:
STOP – TWIJFEL – KAN – GOED
Ze leggen iedere reactie uit de groepsapp bij één van deze vier categorieën.
Daarna komt de interessantere vraag:
Op welk moment veranderde deze groepsapp van grappig naar niet meer grappig?
Waarschijnlijk kiezen leerlingen verschillende momenten. Juist dat verschil bespreek je.
3. Het online-effect 10 minuten
Schrijf groot:
STUREN → ONTVANGEN → DOORSTUREN
Bespreek aan de hand van de casus:
Sturen:
Wat bedoelde degene die het stuurde?
Ontvangen:
Hoe kan Sem het ervaren?
Doorsturen:
Wat gebeurt er als iemand anders er een screenshot van maakt?
Maak vervolgens duidelijk:
Online heb je controle over wat je verstuurt, maar niet meer over wat daarna met je bericht, foto of filmpje gebeurt.
Laat leerlingen voorbeelden noemen waarbij de bedoeling en het effect verschillend kunnen zijn.
4. Werkvorm: Jij bent de moderator 10 minuten
Nu krijgen leerlingen drie korte situaties. Zij zijn tijdelijk de moderator van een fictief sociaal platform.
Per situatie mogen ze kiezen:
Laten staan – Waarschuwen – Verwijderen
Bijvoorbeeld:
Situatie 1
Iemand plaatst een gênante foto van een klasgenoot met:
“model van het jaar 😂”
Situatie 2
Onder een voetbalfilmpje schrijft iemand:
“Bro jij kunt echt niet voetballen.”
Situatie 3
Een leerling deelt een screenshot uit een privégesprek omdat hij wil bewijzen dat iemand liegt.
Maar daarna volgt steeds:
Welke informatie zou je nog willen weten voordat je beslist?
Zo ontdekken leerlingen dat online situaties niet altijd zwart-wit zijn.
5. Afsluiting: Mijn online reputatie 5 minuten
Laat leerlingen deze zin voor zichzelf afmaken:
Als mensen alleen mijn online gedrag zouden kennen, hoop ik dat ze mij zien als iemand die…
Daaronder:
Eén ding waar ik online beter op wil letten is…
Dit hoeft niet klassikaal gedeeld te worden.
Kernboodschap
Sluit af met:
Online gedrag is echt gedrag.
Een grap, reactie, like, screenshot of doorgestuurd bericht kan invloed hebben op iemand anders.
Je bepaalt niet altijd wat anderen online doen, maar wel welke rol jij daarin speelt.