Mentorlessen geven & organiseren
Een mentorles geven is iets anders dan een lesuur vullen. Natuurlijk is het prettig om een planning te hebben en te weten welke onderwerpen je gedurende het jaar aan bod wilt laten komen. Maar de beste mentorlessen ontstaan wat mij betreft op het snijvlak van wat je belangrijk vindt om leerlingen mee te geven en wat een groep op dat moment nodig heeft.
Soms vraagt dat om een uitgewerkte les. Soms om twintig minuten. En soms laat ik mijn geplande les helemaal los, omdat er iets anders speelt dat op dat moment belangrijker is.
Daarom zie ik een mentorprogramma vooral als een routekaart. Het geeft richting, maar ik wil onderweg kunnen afslaan.
Wat heeft deze groep nú nodig?
Voordat ik een mentorles kies, probeer ik eerst te bepalen waar de behoefte ligt. Heeft deze groep iets nodig op het gebied van groepsvorming? Speelt er iets rond grenzen of groepsdruk? Lopen leerlingen vooral vast op plannen? Is het tijd om vooruit te kijken naar keuzes en LOB? Of hoeft er eigenlijk helemaal geen mentorles tussen?
De beslisboom hieronder helpt om die vraag eerst te stellen voordat je automatisch naar een werkvorm of les grijpt.
Het klinkt misschien vanzelfsprekend, maar juist wanneer je veel materiaal tot je beschikking hebt, ligt het gevaar op de loer dat je gaat denken vanuit: welke les zal ik eens doen?
Ik probeer het om te draaien:
Wat wil ik hier eigenlijk bereiken?
Pas daarna kies ik een les.
Plannen zonder je jaar dicht te timmeren
Ik vind het prettig om aan het begin van het schooljaar globaal te weten welke onderwerpen ik wanneer wil behandelen. Niet omdat iedere groep hetzelfde programma moet doorlopen, maar omdat bepaalde onderwerpen logisch aansluiten bij de fase van het jaar.
In grote lijnen ziet dat er voor mij bijvoorbeeld zo uit:
Aan het begin van het schooljaar
ligt de nadruk op kennismaken, veiligheid, groepsvorming en ontdekken hoe je met elkaar wilt samenwerken.
Als de groep eenmaal staat
kun je verder met communicatie, samenwerken, feedback, grenzen, groepsdruk en persoonlijke ontwikkeling.
Gedurende het jaar
komen onderwerpen als plannen, leren leren, motivatie, emoties en verantwoordelijkheid terug op momenten waarop leerlingen ze ook daadwerkelijk nodig hebben.
Rond keuzemomenten
krijgt LOB meer ruimte: interesses, kwaliteiten, talenten, beroepen en toekomstkeuzes.
Daarnaast houd ik bewust ruimte voor onderwerpen die niet in mijn planning stonden. Een gebeurtenis in de groep, iets dat online gebeurt of een onderwerp dat ineens overal over gaat, kan een uitstekende aanleiding voor een mentorles zijn.
Een jaarplanning moet mij helpen overzicht te houden. Hij moet mij niet verhinderen om naar mijn groep te kijken.
1. Eerst de behoefte, dan de les
Niet: Welke les zal ik eens geven?
Wel: Wat wil ik hiermee bereiken?
2. Mijn favoriete opbouw
Raak iets
Start met een dilemma, beeld, vraag, situatie of onverwachte opdracht.
Laat ze iets doen
Laat leerlingen kiezen, maken, onderzoeken, ervaren of samenwerken.
Kijk wat er gebeurt
Wat viel op? Wie nam welke rol? Waar ontstond twijfel, weerstand of verschil?
Geef er betekenis aan
Wat zegt dit over jou, de groep of een situatie buiten deze les?
Ervaren → ontdekken → bespreken werkt vaak sterker dan eerst uitgebreid uitleggen.
3. Kies de vorm die past
Niet ieder onderwerp verdient automatisch een lesuur van 45 minuten.
4. Als het anders loopt
Niemand praat
→ verander de vorm: eerst kiezen, schrijven of reageren op een casus.
Steeds dezelfde leerlingen praten
→ verander de structuur in plaats van leerlingen steeds aan te wijzen.
Iedereen maakt grapjes
→ misschien komt het onderwerp te dichtbij. Maak het eerst minder persoonlijk.
Er ontstaat een goed gesprek
→ durf je planning los te laten.
Er komt iets persoonlijks naar boven
→ niet alles hoeft in de groep besproken of opgelost te worden.
Niet iedere week hoeft er iets groots te gebeuren.
Soms is een uitgebreide les nodig.
Soms zijn tien goede minuten genoeg.
En soms is kijken, luisteren en je planning even loslaten precies wat de groep nodig heeft.