Feedback waar je iets aan hebt
“Dat was echt slecht.”
“Je moet gewoon beter opletten.”
“Goed gedaan!”
Alle drie zijn het reacties op wat iemand doet. Maar heb je er ook echt iets aan?
In de vorige les heb je gekeken naar fouten en blunders. Je onderzocht wat er misging, waarom het misging en wat je een volgende keer anders zou kunnen doen.
Deze les gaat een stap verder.
Hoe help je iemand anders om iets beter te doen, zonder diegene af te kraken?
Wat ga je leren?
Na deze les:
- weet je wat goede feedback is;
- herken je het verschil tussen feedback en een oordeel;
- kun je feedback geven op gedrag in plaats van op een persoon;
- kun je een concrete tip geven waar iemand iets mee kan;
- weet je hoe je feedback op een prettige manier overbrengt.
1. Feedback of gewoon commentaar? | 5 minuten
Lees de volgende uitspraken:
“Jij kunt echt niet presenteren.”
“Je praatte tijdens de presentatie erg zacht. Als je iets harder praat, kan iedereen je beter verstaan.”
“Was wel prima.”
“Ik vond het duidelijk dat je eerst uitlegde wat jullie gingen vertellen.”
Bespreek samen:
- Welke opmerkingen helpen iemand verder?
- Welke niet?
- Wat is het verschil?
Onthoud
Goede feedback gaat niet over wie iemand is, maar over wat iemand doet.
Dus liever niet:
“Jij bent chaotisch.”
Maar bijvoorbeeld:
“Ik kon je verhaal soms moeilijk volgen, omdat je snel van onderwerp wisselde.”
2. Drie regels voor goede feedback | 5 minuten
Goede feedback is:
1. Duidelijk
Vertel precies wat je hebt gezien of gehoord.
Niet:
“Het ging goed.”
Maar:
“Je keek tijdens het vertellen regelmatig naar de klas.”
2. Over gedrag
Vertel iets over wat iemand doet, niet over wie iemand is.
Niet:
“Jij bent irritant.”
Maar:
“Je praatte een paar keer door me heen terwijl ik iets vertelde.”
3. Bruikbaar
De ander moet weten wat hij of zij met jouw feedback kan doen.
Bijvoorbeeld:
“Probeer de volgende keer iets langzamer te praten.”
Een handige manier om feedback te geven is daarom:
Ik zag/hoorde…
Dat werkte goed omdat… / Daardoor…
De volgende keer kun je…
3. Maak de feedback beter | 10 minuten
Werk in tweetallen of kleine groepjes.
Hieronder staat feedback waar je eigenlijk niet zoveel aan hebt.
Maak van iedere uitspraak bruikbare feedback.
1.
“Je presentatie was saai.”
Maak ervan:
Ik zag/hoorde…
De volgende keer kun je…
2.
“Je doet nooit iets in de groep.”
Maak ervan:
Ik zag/hoorde…
De volgende keer kun je…
3.
“Je werk is slordig.”
Maak ervan:
Ik zag…
De volgende keer kun je…
4.
“Je bent veel te druk.”
Maak ervan:
Ik zag/hoorde…
De volgende keer kun je…
Bespreek enkele antwoorden klassikaal.
Let daarbij vooral op één vraag:
Kan degene die deze feedback krijgt er ook echt iets mee?
4. De feedbackproef | 15 minuten
Nu ga je oefenen.
Werk in groepjes van drie.
Iedere leerling krijgt steeds één rol:
De uitvoerder
De feedbackgever
De observator
De uitvoerder
Voert een kleine opdracht uit.
Bijvoorbeeld:
- vertel in één minuut over je favoriete film, game, sport of hobby;
- leg uit hoe je jouw favoriete gerecht maakt;
- geef een korte uitleg over iets waar je goed in bent;
- leg in één minuut uit waarom iedereen een bepaalde plek zou moeten bezoeken.
De feedbackgever
Luistert en geeft daarna:
één ding dat goed werkte
en
één concrete tip voor de volgende keer.
Gebruik bijvoorbeeld:
“Ik zag/hoorde dat…”
“Dat werkte goed, omdat…”
“De volgende keer zou je kunnen…”
De observator
Luistert naar de feedback.
Beantwoord daarna:
- Ging de feedback over gedrag?
- Was de feedback duidelijk?
- Was de tip bruikbaar?
- Werd de feedback op een prettige manier gegeven?
Wissel daarna van rol, zodat iedereen alle drie de rollen heeft gehad.
5. Maar hoe zeg je het? | 5 minuten
Goede feedback kan alsnog verkeerd overkomen als je hem op een vervelende manier geeft.
Vergelijk:
“Je praat echt veel te snel.”
met:
“Ik merkte dat je best snel praatte. Als je iets rustiger praat, kan ik je verhaal makkelijker volgen.”
Bespreek:
- Welke zou jij liever krijgen?
- Waarom?
- Wat doet je toon met de boodschap?
- Wat heeft dit te maken met uitstraling en communicatie?
Feedback geven gaat dus niet alleen over wat je zegt.
Ook hoe je het zegt, bepaalt hoe de ander het ontvangt.
6. Tot slot | 5 minuten
Maak voor jezelf de volgende zinnen af:
Goede feedback is…
Iets wat ik al goed doe bij het geven van feedback is…
Iets waar ik de volgende keer op wil letten is…
En beantwoord tot slot:
Welke feedback zou jij zelf liever krijgen?
“Goed gedaan!”
of
“Je uitleg was duidelijk doordat je een voorbeeld gebruikte.”
Waarom?
Onthoud
Feedback is niet bedoeld om te vertellen wat iemand fout doet.
Goede feedback helpt iemand om een volgende stap te zetten.