Kiezen zonder het zeker te weten
Hoe maak je een keuze als er niet één goed antwoord is?
Centrale vraag
Hoe kun je een goede keuze maken als je nog niet precies weet wat je wilt?
Doel
Leerlingen ervaren dat keuzes afhangen van wat zij zelf belangrijk vinden. Ze leren verschillende mogelijkheden vergelijken en ontdekken welke criteria voor hen zwaar wegen.
Na deze les kan de leerling:
- benoemen wat voor hem of haar belangrijk is bij het maken van een keuze;
- uitleggen waarom leerlingen bij dezelfde situatie verschillende keuzes kunnen maken;
- voor- en nadelen tegen elkaar afwegen;
- een keuze onderbouwen zonder daar volledig zeker van te hoeven zijn;
- deze manier van kiezen toepassen op een eigen LOB-vraag.
Tijdsduur
45–50 minuten
Benodigdheden
- voldoende ruimte om positie in te nemen;
- vier hoeken of twee kanten van het lokaal;
- bord;
- post-its of papier;
- het werkblad/beroepsdossier van Beroep onder de loep;
- eventueel de eerder gemaakte Talentenboom.
Start: Je móét kiezen 5 minuten
Vertel nog niet waar de les precies over gaat. Wijs twee kanten van het lokaal aan.
Lees steeds twee mogelijkheden voor. Leerlingen moeten kiezen en bij één van de twee kanten gaan staan. Ze mogen niet in het midden blijven staan.
Kies je liever…
€100 per week extra verdienen of iedere week een middag extra vrij?
Werk doen waar je heel goed in bent of werk doen waarin je nog heel veel kunt leren?
Een leuke opleiding die een uur reizen is of een redelijk leuke opleiding op tien minuten afstand?
Werken met mensen die je heel leuk vindt of werk doen dat je zelf heel interessant vindt?
Veel zekerheid of veel vrijheid?
Vraag na een paar keuzes:
Waarom sta jij hier?
Vraag daarna aan iemand aan de andere kant:
Waarom kies jij juist anders?
Werk toe naar de eerste ontdekking:
Hetzelfde dilemma kan voor twee mensen een andere goede keuze opleveren.
Fase 1: De keuze verandert 8 minuten
Nu wordt het interessanter.
Vertel: Jullie krijgen twee banen aangeboden.
BAAN A
- €3.200 per maand;
- 45 minuten reizen;
- veel zekerheid;
- iedere dag ongeveer dezelfde werktijden;
- je werkt vooral zelfstandig.
BAAN B
- €2.850 per maand;
- 10 minuten reizen;
- gezellig team;
- veel verschillende werkzaamheden;
- tijdelijk contract.
Laat leerlingen fysiek kiezen:
Baan A of Baan B.
Vraag een paar leerlingen waarom. Verander daarna steeds één gegeven.
Nieuwe informatie 1
Baan B biedt na één jaar waarschijnlijk een vast contract.
Wie verandert van plek?
Vraag:
Wat maakte dat je veranderde?
Nieuwe informatie 2
Bij baan A mag je vier dagen van negen uur werken en ben je iedere vrijdag vrij.
Wie verandert nu?
Nieuwe informatie 3
Bij baan B kun je veel doorgroeien, maar moet je regelmatig 's avonds werken.
Wie verandert?
Nabespreking
Schrijf op het bord:
WAAROM VERANDERDE JE?
Waarschijnlijk komen woorden als:
geld – reistijd – zekerheid – vrijheid – collega's – werktijden – afwisseling – doorgroeien
Vraag: Wat zijn dit eigenlijk allemaal?
Werk toe naar: KEUZECRITERIA, Dingen die jij gebruikt om mogelijkheden met elkaar te vergelijken.
Fase 2: Wat weegt voor jou zwaar? 7 minuten
Laat leerlingen individueel nadenken.
Schrijf deze woorden op het bord:
geld – plezier – zekerheid – vrijheid – reistijd – mensen – afwisseling – uitdaging – creativiteit – helpen – doorgroeien – werktijden
Opdracht
Kies hieruit jouw vijf belangrijkste criteria voor later werk.
Daarna moeten leerlingen terugbrengen naar:
Mijn persoonlijke top 3
1. ____________________
2. ____________________
3. ____________________
Laat leerlingen hun top 3 vergelijken met iemand naast hen.
Vraag klassikaal: Hebben jullie precies dezelfde top 3? Waarschijnlijk niet.
Belangrijke conclusie
Als je andere dingen belangrijk vindt, kun je bij dezelfde informatie tot een andere keuze komen.
Dit betekent dus ook dat iemand anders niet zomaar kan bepalen welke opleiding of welk beroep het beste bij jou past.
Fase 3: De Keuzekamer 10 minuten
Verdeel leerlingen in kleine groepjes. Geef ieder groepje één dilemma. Ze moeten samen tot een advies komen.
Maar: Jullie mogen pas kiezen nadat jullie hebben vastgesteld welke informatie belangrijk is.
Dilemma 1: De opleiding
Samira twijfelt tussen twee opleidingen.
Opleiding A
- lijkt haar heel interessant;
- 50 minuten reizen;
- niemand die ze kent gaat erheen.
Opleiding B
- lijkt haar best leuk;
- in haar eigen woonplaats;
- twee vriendinnen gaan dezelfde opleiding doen.
Vraag
Welke opleiding moet Samira kiezen?
Dilemma 2: Goed in of leuk?
Daan is heel goed in techniek.
Zijn ouders zeggen:
“Daar moet je iets mee doen.”
Maar zelf wordt hij veel enthousiaster van koken en horeca.
Vraag
Wat zou jij Daan adviseren?
Dilemma 3 – Zekerheid of proberen?
Milan kan kiezen tussen:
A. een opleiding waarvan hij vrij zeker weet dat hij deze kan halen;
B. een opleiding die hem veel interessanter lijkt, maar waarvan hij niet weet of deze moeilijk voor hem wordt.
Vraag
Wat zou jij adviseren?
Dilemma 4 – Wat anderen verwachten
Nora's familie werkt bijna allemaal in de zorg.
Ze zeggen dat zij daar ook heel geschikt voor is.
Nora vindt mensen helpen belangrijk, maar wordt zelf veel enthousiaster van ontwerpen en creatief werken.
Vraag
Wat zou zij kunnen doen?
Opdracht voor ieder groepje
Beantwoord drie vragen:
1. Welke keuze zouden jullie adviseren?
2. Welke drie criteria vinden jullie hier het belangrijkst?
3. Welke informatie missen jullie nog voordat je echt een goede keuze kunt maken?
Dat laatste is belangrijk.
Leerlingen ontdekken dat je soms nog niet hoeft te kiezen, maar eerst meer informatie moet verzamelen.
Fase 4: De vierde mogelijkheid 5 minuten
Bespreek één dilemma klassikaal.
Vraag:
We doen steeds alsof iemand A of B moet kiezen. Maar bestaat er misschien nog een derde mogelijkheid?
Bijvoorbeeld bij Samira:
- een open dag bezoeken;
- een proefles volgen;
- reistijd een keer echt uitproberen;
- praten met studenten;
- onderzoeken of er nog een opleiding C bestaat.
Introduceer: Een goede keuze hoeft niet meteen een eindkeuze te zijn.
Je kunt ook kiezen om:
meer te onderzoeken – iets uit te proberen – iemand te spreken – een ervaring op te doen.
Dat is óók kiezen.
Afsluiting: Hoe zeker moet je eigenlijk zijn? 5 minuten
Maak een denkbeeldige lijn door het lokaal.
De ene kant staat voor:
Je moet 100% zeker zijn voordat je kiest.
De andere kant:
Je kunt ook kiezen terwijl je nog twijfelt.
Laat leerlingen positie innemen.
Vraag enkele leerlingen waarom ze daar staan.
Vraag daarna:
Kun je ooit helemaal zeker weten hoe een opleiding of beroep zal zijn voordat je het zelf hebt meegemaakt?
Werk toe naar de kernboodschap.
Kernboodschap
Een goede keuze is niet een keuze waarvan je 100% zeker bent.
Een goede keuze is een keuze waarvoor je kunt uitleggen waarom die op dit moment bij jou past.
En als je nog onvoldoende weet, is je volgende keuze misschien:
“Ik ga eerst meer ontdekken.”
Exit-ticket
Laat iedere leerling één zin afmaken:
Bij een belangrijke keuze wil ik voortaan eerst nadenken over…
En:
Mijn volgende LOB-stap wordt…