Werelden van werk

Waar zou jouw Talentenboom kunnen groeien?

Doel van de les

Leerlingen ontdekken dat de wereld van werk veel breder is dan alleen de beroepen die zij al kennen. Ze onderzoeken welke soorten activiteiten, werkomgevingen en manieren van werken hen aanspreken en koppelen dit aan hun eigen Talentenboom.

Aan het einde van de les kan de leerling:

  • verschillende soorten werk benoemen;
  • aangeven welke werkzaamheden en werkomgevingen hem of haar aanspreken;
  • uitleggen waarom bepaalde werkwerelden wel of niet passen;
  • een eerste verbinding maken tussen de eigen Talentenboom en mogelijke richtingen voor later.

Tijdsduur

45 minuten

Benodigdheden

  • de eerder gemaakte Talentenboom van iedere leerling;
  • 8 grote vellen/A3-posters met de werkwerelden;
  • post-its of kleine kaartjes;
  • eventueel de beroepenkaartjes uit deze les;

Belangrijke boodschap voor leerlingen

Je hoeft nog niet te weten wat je later wilt worden.

LOB gaat niet over zo snel mogelijk één beroep kiezen. Het gaat erom dat je steeds beter ontdekt:

Wie ben ik? → Wat past bij mij? → Wat bestaat er? → Wat wil ik verder onderzoeken?

Vandaag kijken we vooral naar die derde vraag:

Wat bestaat er eigenlijk allemaal in de wereld van werk?

Start: Wat zie jij als je aan ‘werk’ denkt? 5 minuten

Schrijf groot op het bord:

WERK

Vraag leerlingen om beroepen te noemen die als eerste in hen opkomen.

Schrijf ongeveer tien antwoorden op het bord.

Waarschijnlijk komen bekende beroepen voorbij, zoals:

  • politieagent
  • kapper
  • docent
  • verpleegkundige
  • automonteur
  • kok
  • influencer

Stel daarna de vraag:

Hoeveel beroepen denken jullie dat er eigenlijk bestaan die niemand hier heeft genoemd?

Vertel dat we vaak maar een klein deel van de arbeidswereld kennen. Bovendien zegt een beroepstitel lang niet alles.

Een verpleegkundige, automonteur en evenementenorganisator doen heel verschillend werk, maar ook binnen één beroep kunnen werkzaamheden enorm verschillen.

Daarom gaan we vandaag niet beginnen met de vraag:

“Welk beroep wil je?”

maar met:

“Wat voor soort werk zou bij jou kunnen passen?”

Met mensen werken Met spullen, machines of materialen werken
Binnen werken Buiten werken
Zelf iets bedenken Werken volgens een duidelijk plan
Problemen oplossen Iets maken
Veel verschillende dingen doen Precies weten wat ik moet doen
Mensen helpen Iets organiseren
Met mijn hoofd werken Met mijn handen werken
Veel samenwerken Regelmatig zelfstandig werken

Fase 1: Wat doe je liever? 8 minuten

Maak opnieuw gebruik van bewegen door de ruimte.

Wijs twee kanten van het lokaal aan.

Lees steeds twee mogelijkheden voor. Leerlingen kiezen fysiek de kant die hen op dit moment het meeste aanspreekt.

Keuzes in de tabel hiernaast

Coachvragen

Vraag tussendoor:

  • Wat maakt dat je hier staat?
  • Zou je altijd deze kant kiezen?
  • Wanneer zou je misschien toch de andere kant kiezen?
  • Zegt dit iets over werk dat later bij jou zou kunnen passen?

Benadruk:

Er bestaat geen goede kant. En je hoeft ook niet altijd dezelfde voorkeur te hebben.

Fase 2: Ontdek de 8 werkwerelden

12 minuten

Verspreid acht posters door het lokaal.

Deze werkwerelden zijn geen officiële beroepssectoren, maar een eenvoudige manier om verschillende soorten werk te verkennen.

1. Mensen helpen & verzorgen

Hier draait veel om contact, ondersteuning en aandacht voor anderen.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • verzorgen
  • begeleiden
  • luisteren
  • behandele
  • ondersteunen

Mogelijke beroepen:

verpleegkundige, pedagogisch medewerker, docent, fysiotherapeut, begeleider, doktersassistent.

2. Maken & techniek

Hier draait het om bouwen, repareren, installeren en werken met materialen of techniek.

Denk aan:

  • bouwen
  • sleutelen
  • monteren
  • ontwerpen
  • installeren

Mogelijke beroepen:

automonteur, timmerman, elektricien, lasser, installateur, technisch ontwerper.

3. Creatief & media

Hier draait het om ideeën bedenken en iets maken waarmee je anderen bereikt.

Denk aan:

  • ontwerpen
  • schrijven
  • fotograferen
  • filmen
  • muziek maken

Mogelijke beroepen:

vormgever, fotograaf, contentmaker, interieurontwerper, videomaker, stylist.

4. Handel & ondernemen

Hier draait het om verkopen, ondernemen, geld en kansen zien.

Denk aan:

  • verkopen
  • klanten adviseren
  • onderhandelen
  • reclame maken
  • een bedrijf runnen
  • producten bedenken

Mogelijke beroepen:

verkoper, ondernemer, accountmanager, marketeer, webshopbeheerder.

5. Organiseren & regelen

Hier draait het om overzicht houden en ervoor zorgen dat iets goed verloopt.

Denk aan:

  • plannen
  • organiseren
  • administratie
  • mensen ontvangen
  • afspraken regelen
  • overzicht bewaren

Mogelijke beroepen:

planner, administratief medewerker, receptionist, evenementenorganisator, logistiek medewerker.

6. Natuur, dieren & buiten

Hier draait veel om werken met natuur, dieren, voeding of de buitenomgeving.

Denk aan:

  • verzorgen
  • kweken
  • onderhouden
  • onderzoeken
  • buiten werken
  • met dieren omgaan

Mogelijke beroepen:

hovenier, dierenverzorger, boswachter, medewerker groenvoorziening, agrarisch medewerker.

7. Onderzoeken & technologie

Hier draait het om uitzoeken hoe iets werkt en oplossingen vinden.

Denk aan:

  • analyseren
  • programmeren
  • testen
  • onderzoeken
  • fouten opsporen
  • oplossingen bedenken

Mogelijke beroepen:

ICT-medewerker, laboratoriummedewerker, programmeur, data-analist, technisch specialist.

8. Actie, sport & veiligheid

Hier draait het om bewegen, optreden, veiligheid en omgaan met onverwachte situaties.

Denk aan:

  • trainen
  • beschermen
  • optreden
  • begeleiden
  • handelen onder druk

Mogelijke beroepen:

sportinstructeur, beveiliger, politieagent, militair, brandweermedewerker, handhaver.

De werkwereld-wandeling

Laat leerlingen door het lokaal lopen en alle acht posters bekijken.

Geef ze twee post-its.

Op iedere post-it schrijven ze hun naam.

Opdracht

Plak:

  • één post-it bij de werkwereld die je het meeste aanspreekt
  • één post-it bij een werkwereld die je ook interessant vindt of waar je nieuwsgierig naar bent

Leerlingen hoeven dus nog nergens voor te kiezen.

Fase 3: Maar welk beroep dan? 8 minuten

Laat leerlingen bij hun favoriete werkwereld staan.

Maak daar kleine groepjes.

Geef de opdracht:

Bedenk samen minimaal vijf beroepen die bij deze werkwereld zouden kunnen horen.

Daarna volgt de uitdaging:

Kunnen jullie ook een beroep bedenken waarvan andere leerlingen waarschijnlijk niet meteen weten dat het bestaat?

Laat enkele groepjes hun beroepen noemen.

Vervolgens de belangrijke vraag:

Kan één beroep eigenlijk bij meerdere werkwerelden horen?

Bespreek bijvoorbeeld:

Kok

  • maken
  • creativiteit
  • organiseren
  • werken met mensen

Docent

  • mensen helpen
  • organiseren
  • creativiteit
  • kennis overbrengen

Automonteur

  • techniek
  • problemen oplossen
  • klantcontact
  • soms technologie

Ondernemer kan bijna overal voorkomen.

Conclusie

Een beroep is zelden maar één ding.

Daarom is het slimmer om eerst te onderzoeken:

Wat wil ik graag doen? dan onmiddellijk: Wat wil ik worden?

Fase 4: Pak je Talentenboom erbij. 8 minuten

Laat leerlingen hun eerder gemaakte Talentenboom bekijken.

Daarin hebben zij al nagedacht over:

  • wortels: mijn waarden;
  • stam: mijn kwaliteiten;
  • bladeren: mijn interesses;
  • takken: mijn ambities en dromen.

Nu verbinden ze die informatie aan de wereld van werk.

Laat leerlingen deze zinnen afmaken:

Mijn twee interessantste werkwerelden zijn:

Deze werkwereld past misschien bij mij omdat…

In mijn Talentenboom zie ik dat terug bij…

Wat ik juist níét aantrekkelijk vind in werk is…

Een beroep of richting waar ik nieuwsgierig naar ben geworden is…

Benadruk steeds het woord:

misschien

Het doel is ontdekken, niet vastleggen.

Verdieping voor leerjaar 2

Leerlingen uit leerjaar 2 voegen één extra vraag toe:

Welke profiel-, opleidings- of beroepsrichting zou ik op basis hiervan eens verder kunnen onderzoeken?

Ze hoeven nog geen keuze te maken.

Laat ze formuleren:

“Ik wil de komende tijd meer ontdekken over … omdat …”

Afsluiting: Mijn werkkompas 4 minuten

Laat iedereen één zin opschrijven:

Later zou werk bij mij kunnen passen waarin ik…

Voorbeelden:

  • mensen kan helpen;
  • met mijn handen bezig ben;
  • veel afwisseling heb;
  • dingen mag bedenken;
  • buiten ben;
  • problemen moet oplossen;
  • met techniek werk;
  • veel met mensen praat;
  • zelfstandig kan werken.

Laat een paar leerlingen hun zin delen.

Sluit af met:

Je hoeft vandaag niet ontdekt te hebben wat je later wilt worden. Als je iets beter weet wat bij je past, heb je al een stap gezet.

Opbrengst van deze les

Na deze les heeft iedere leerling:

  • twee werkwerelden geselecteerd;
  • benoemd waarom deze mogelijk bij hem of haar passen;
  • de koppeling gelegd met de eigen Talentenboom;
  • minimaal één richting of beroep gevonden waarover hij of zij meer wil weten.

Bewaar deze uitkomsten.

In een volgende LOB-les kunnen leerlingen vanuit hun gekozen werkwereld verder onderzoeken welke beroepen er werkelijk achter schuilgaan.