Wat vind jij eerlijk?
Iedereen hetzelfde geven klinkt eerlijk. Maar is dat ook altijd eerlijk?
Stel dat drie leerlingen over een schutting willen kijken. Ze krijgen alle drie hetzelfde opstapje. De één kan nu goed kijken, de tweede nét en de derde nog steeds niet.
Hebben ze dan een eerlijke kans gekregen?
In deze les ga je onderzoeken wat jij eigenlijk eerlijk vindt. Je ontdekt dat mensen daar verschillend over kunnen denken en dat er niet bij iedere situatie één simpel goed antwoord bestaat.
Wat ga je leren?
Na deze les:
- kun je uitleggen wat jij eerlijk of oneerlijk vindt;
- ontdek je dat eerlijk niet altijd betekent dat iedereen hetzelfde krijgt;
- kun je luisteren naar iemand die er anders over denkt;
- kun je argumenten geven voor jouw mening;
- denk je na over regels, kansen en verantwoordelijkheid.
Duur
45 minuten
Benodigdheden
- vier plekken of hoeken in het lokaal;
- eventueel de situaties op het digibord;
- papier of schrift voor de afsluiting.
1. Wat is eerlijk? | 5 minuten
Begin zonder uitleg met deze situatie:
Vier leerlingen helpen na een activiteit het lokaal opruimen.
Eén leerling heeft bijna alles gedaan, twee leerlingen hebben een beetje geholpen en één leerling heeft niets gedaan.
De docent heeft vier chocoladerepen en geeft iedereen er één.
Vraag:
Is dit eerlijk?
Laat leerlingen kort reageren.
Vraag daarna:
Wanneer is iets volgens jou eerlijk?
Schrijf enkele antwoorden op het bord.
Waarschijnlijk ontstaan al verschillende ideeën, zoals:
- iedereen krijgt hetzelfde;
- je krijgt wat je verdient;
- je krijgt wat je nodig hebt;
- iedereen krijgt dezelfde kans;
- regels zijn voor iedereen hetzelfde.
Vertel nog niet welke gedachte “goed” is.
Vandaag gaan jullie juist onderzoeken waarom eerlijkheid soms ingewikkelder is dan het lijkt.
2. Kies je plek | 10 minuten
Maak vier plekken in het lokaal:
Helemaal eerlijk
Best wel eerlijk
Best wel oneerlijk
Helemaal oneerlijk
Lees steeds een situatie voor.
Leerlingen gaan staan bij het antwoord dat het beste bij hun mening past.
Vraag na iedere keuze een paar leerlingen:
Waarom sta jij hier?
Leerlingen mogen na het horen van argumenten van plek veranderen.
Situatie 1: De toets
Een leerling heeft dyslexie en krijgt twintig minuten extra tijd voor een toets. De andere leerlingen krijgen die extra tijd niet.
Eerlijk of oneerlijk?
Situatie 2: Het voetbalteam
Iedereen heeft evenveel contributie betaald. Toch laat de trainer tijdens een belangrijke wedstrijd vooral de beste spelers spelen.
Eerlijk of oneerlijk?
Situatie 3: Te laat
Twee leerlingen komen te laat.
De eerste heeft zich verslapen.
De tweede kwam te laat doordat zijn trein uitviel.
Ze krijgen allebei dezelfde straf.
Eerlijk of oneerlijk?
Situatie 4: Groepswerk
Een groep krijgt een 8 voor een project.
Eén leerling heeft bijna al het werk gedaan. Iedereen in de groep krijgt toch hetzelfde cijfer.
Eerlijk of oneerlijk?
Situatie 5: De telefoon
Een school verbiedt telefoons tijdens de les.
Een leerling gebruikt zijn telefoon vanwege een medische reden en mag hem wel bij zich houden.
Eerlijk of oneerlijk?
3. Hetzelfde of wat je nodig hebt? | 10 minuten
Leg nu twee eenvoudige ideeën naast elkaar.
Iedereen hetzelfde
Iedereen krijgt dezelfde hoeveelheid, dezelfde tijd of dezelfde behandeling.
Bijvoorbeeld:
Iedere leerling krijgt precies 30 minuten voor een opdracht.
Iedereen een eerlijke kans
Soms heeft iemand iets anders nodig om ongeveer dezelfde kans te krijgen.
Bijvoorbeeld:
Een leerling met dyslexie krijgt extra leestijd.
Vraag:
Is iedereen hetzelfde behandelen altijd eerlijk?
Laat leerlingen in tweetallen een situatie bedenken waarin:
iedereen hetzelfde krijgt, maar het toch niet helemaal eerlijk voelt.
Bespreek een paar voorbeelden.
Introduceer daarna eventueel de woorden:
Gelijkheid
Iedereen krijgt hetzelfde.
Rechtvaardigheid
Er wordt gekeken naar wat iemand nodig heeft om een eerlijke kans te krijgen.
Benadruk dat rechtvaardigheid niet betekent dat iedereen altijd alles krijgt wat hij of zij wil.
4. Het eerlijke schoolplein | 12 minuten
Verdeel de klas in kleine groepjes.
Vertel:
Jullie mogen één nieuwe regel maken voor het schoolplein.
Alleen blijkt er bij iedere regel een probleem te ontstaan.
Geef ieder groepje één situatie.
Situatie A: De voetbalplek
Op het schoolplein is één voetbalveldje.
Een groep leerlingen staat er iedere pauze te voetballen. Andere leerlingen willen er ook gebruik van maken.
Wat zou een eerlijke regel zijn?
Situatie B: De kantine
Er staan iedere pauze lange rijen bij de kantine.
Sommige leerlingen hebben door ondersteuning of afspraken veel korter pauze dan anderen.
Moet iedereen gewoon achteraan aansluiten?
Situatie C: Straf
Een leerling scheldt iemand uit en krijgt straf.
Later blijkt dat die leerling al weken door de ander wordt uitgelachen en buitengesloten.
Moet alleen het schelden worden bestraft of moet er naar de hele situatie worden gekeken?
Situatie D: Een populaire activiteit
Er zijn twintig plekken voor een populaire schoolactiviteit, maar zestig leerlingen willen meedoen.
Hoe verdeel je de plekken zo eerlijk mogelijk?
Bijvoorbeeld:
- wie het eerst komt;
- loten;
- iedereen een keer;
- leerlingen die het het beste kunnen;
- leerlingen die het nog nooit hebben gedaan;
- een andere oplossing.
Laat ieder groepje antwoord geven op drie vragen:
1. Wat vinden jullie eerlijk?
2. Welke regel zouden jullie maken?
3. Voor wie kan jullie regel toch oneerlijk voelen?
Dat laatste is belangrijk.
Een regel kan namelijk eerlijk bedoeld zijn en tóch nadelen hebben voor iemand.
5. Klassikaal: bestaat perfect eerlijk? | 5 minuten
Laat enkele groepjes hun regel vertellen.
Vraag bij ieder voorstel:
- Waarom is dit volgens jullie eerlijk?
- Wie heeft voordeel van deze regel?
- Wie heeft nadeel?
- Zou iedereen deze regel eerlijk vinden?
- Moet een regel altijd voor iedereen precies hetzelfde zijn?
Kom terug op de openingsvraag.
Betekent eerlijk dat iedereen hetzelfde krijgt?
Waarschijnlijk is het antwoord inmiddels minder eenvoudig dan aan het begin.
6. Tot slot | 3 minuten
Laat iedere leerling individueel één zin afmaken:
Eerst dacht ik dat eerlijk betekende…
Nu denk ik dat eerlijk ook kan betekenen…
En:
Een regel vind ik eerlijk wanneer…
Bespreek eventueel een paar antwoorden.
Onthoud
Eerlijk is niet altijd hetzelfde als gelijk.
Soms is het eerlijk dat iedereen hetzelfde krijgt.
Soms is het juist eerlijk dat iemand iets anders krijgt omdat de situatie anders is.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te vragen:
“Is de regel voor iedereen hetzelfde?”
maar ook: