Meedoen of zelf kiezen?

Thema: Persoonlijke ontwikkeling – groepsdruk
Duur: 45 minuten
Doel: Leerlingen herkennen wanneer een groep invloed heeft, begrijpen waarom meegaan soms makkelijker is en denken na over hoe ze bij zichzelf kunnen blijven.

1. Start Kies eerst zelf 8 minuten

Geef leerlingen een paar situaties en laat ze individueel hun eerste reactie opschrijven.

Bijvoorbeeld:

  • Je vrienden vinden allemaal een nieuwe docent irritant. Jij eigenlijk niet.
  • Iedereen lacht om een grap die jij niet grappig vindt.
  • In de groepsapp vindt iedereen iets een goed idee. Jij twijfelt.
  • Bijna iedereen draagt een bepaald merk. Jij vindt iets anders mooier.

Vraag daarna bij enkele situaties:

Wat denken jullie dat de meeste leerlingen uit de klas zouden kiezen?

Laat leerlingen opnieuw naar hun eigen antwoord kijken.

Zou je anders kiezen als je weet wat de groep kiest?

Introduceer het begrip groepsdruk.

Groepsdruk betekent niet alleen dat iemand zegt wat je moet doen. Je kunt ook druk voelen omdat je weet wat de groep normaal, stoer of grappig vindt.

2. Hoeveel invloed heeft de groep? 8 minuten

Leerlingen geven verschillende situaties een score:

0 = de groep heeft bijna geen invloed
5 = de groep heeft heel veel invloed

Voorbeelden:

  • Iedereen bestelt hetzelfde eten.
  • Niemand steekt zijn hand op terwijl jij het antwoord weet.
  • Je vrienden willen dat je langer blijft terwijl jij naar huis wilt.
  • In de groepsapp wordt iemand belachelijk gemaakt.
  • Je vrienden besluiten niet te leren voor een toets.
  • Iedereen doet mee aan een challenge.

Bespreek enkele verschillen.

Kernvraag:
Wanneer wordt het voor jou moeilijker om je eigen keuze te maken?

3. Waarom gaan we mee? 10 minuten

Schrijf op het bord:

“Ik wil eigenlijk niet, maar…”

Leerlingen schrijven anoniem op post-its waarom iemand tóch met een groep mee zou kunnen gaan.

Plak de antwoorden bij elkaar en maak samen categorieën, bijvoorbeeld:

  • erbij willen horen;
  • bang voor reacties;
  • niet willen opvallen;
  • twijfelen aan jezelf;
  • nieuwsgierig zijn;
  • vertrouwen op de groep.

Bespreek kort:

Soms kies je niet tussen goed en fout, maar tussen doen wat jij wilt en erbij willen horen.

4. Mijn groepsdrukkompas 12 minuten

Leerlingen tekenen drie vakken:

Dit wil ik echt niet

Hierover zou ik kunnen twijfelen

Dit maakt mij niet zoveel uit

Laat ze situaties verdelen, bijvoorbeeld:

  • dezelfde kleding dragen
  • ergens langer blijven
  • meelachen
  • iets doorsturen
  • spijbelen
  • iemand buitensluiten
  • een mening van vrienden overnemen
  • meedoen aan een challenge

Ze mogen zelf voorbeelden toevoegen.

Bespreek:

Waarom is het makkelijker om bij jezelf te blijven als je vooraf weet wat je belangrijk vindt?

5. Afsluiting – Wie zit aan het stuur?

7 minuten

Laat leerlingen individueel afmaken:

  • Ik merk dat anderen invloed op mij hebben wanneer…
  • Iets waarbij ik makkelijk mijn eigen keuze maak is…
  • Iets waarbij ik sneller met anderen meega is…

Tot slot bedenken ze één vraag die hen kan helpen als ze twijfelen.

Bijvoorbeeld:

Zou ik dit ook doen als niemand erbij was?

Wil ik dit eigenlijk zelf?

Vind ik dit echt oké?

Sluit af met:

Meedoen mag. Zelf kiezen ook.

Het belangrijkste is dat je herkent wanneer de groep voor een deel jouw keuze bepaalt.