hoofdpijndossiers
Sommige mentorgroepen lopen vanaf het begin lekker. Bij andere groepen voelt het alsof je voortdurend brandjes aan het blussen bent. Leerlingen zijn niet gemotiveerd, dezelfde conflicten blijven terugkomen of je krijgt maar geen grip op de sfeer.
Ik heb inmiddels wel geleerd dat er zelden één truc is die alles oplost. Wat bij de ene leerling werkt, doet bij de andere helemaal niets. Toch zijn er strategieën die mij helpen om niet alleen naar het gedrag te kijken, maar vooral naar wat erachter zou kunnen zitten.
Hieronder een aantal veelvoorkomende 'hoofdpijndossiers' en mogelijke manieren om ermee om te gaan.
| Uitdaging | Wat kan er spelen? | Wat kun je proberen? |
|---|---|---|
| Leerlingen zijn ongemotiveerd | De opdracht voelt zinloos, te moeilijk, te makkelijk of te ver weg. | Maak het doel klein en concreet. Geef keuze waar dat kan. Vraag niet alleen waarom doe je niets?, maar ook wat heb je nodig om te kunnen beginnen? |
| De mentorles wordt niet serieus genomen | Leerlingen zien mentortijd als tussenuur of praatmoment. | Zorg voor herkenbare routines en wissel serieuze gesprekken af met actieve werkvormen. Laat leerlingen ook onderwerpen aandragen. |
| Een groep is erg druk | Onduidelijkheid, groepsenergie, behoefte aan aandacht of te weinig structuur. | Begin voorspelbaar. Leg vooraf uit wat er gaat gebeuren en wanneer leerlingen ruimte krijgen om te praten of bewegen. |
| Een paar leerlingen bepalen de sfeer | Status binnen de groep, behoefte aan aandacht of andere leerlingen die weinig tegengeluid geven. | Maak steeds andere groepjes, geef verschillende leerlingen verantwoordelijkheid en spreek sfeerbepalers ook individueel aan. |
| Leerlingen sluiten iemand buiten | Groepsvorming, onzekerheid, bestaande vriendschappen of status. | Observeer eerst goed. Maak samenwerken normaal zonder de buitengesloten leerling steeds zichtbaar als ‘probleem’ neer te zetten. Bespreek ook breder wat erbij horen betekent. |
| Er zijn steeds dezelfde conflicten | Het incident wordt opgelost, maar het onderliggende patroon niet. | Kijk samen naar het patroon: wanneer gaat het mis, tussen wie en wat gebeurt er vlak daarvoor? Bespreek niet alleen wat er gebeurde, maar vooral wat de volgende keer anders kan. |
| Leerlingen reageren overal op met ‘boeit me niet’ | Bescherming, onzekerheid, weerstand of daadwerkelijk weinig interesse. | Ga niet meteen de discussie aan. Een rustige vraag als wat zou dit voor jou wél de moeite waard maken? levert soms meer op. |
| Veel afleiding door telefoons | Gewoonte, sociale prikkels of onduidelijke afspraken. | Maak afspraken vooraf duidelijk en consequent. Zorg tegelijkertijd dat leerlingen weten wanneer een telefoon eventueel wél gebruikt mag worden. |
| Leerlingen praten door elkaar heen | Enthousiasme, gewoonte of weinig luistercultuur. | Oefen niet alleen met stil zijn, maar ook met luisteren. Laat leerlingen bijvoorbeeld eerst samenvatten wat iemand anders zei voordat ze reageren. |
| Een leerling vraagt voortdurend aandacht | Behoefte aan bevestiging, contact, duidelijkheid of invloed. | Geef aandacht soms bewust vóórdat de leerling erom hoeft te vragen. Maak daarnaast helder wanneer je beschikbaar bent en wanneer niet. |
| Een leerling trekt zich steeds terug | Onzekerheid, spanning, groepspositie of simpelweg behoefte aan rust. | Forceer deelname niet voortdurend. Zoek individueel contact en geef verschillende manieren om mee te doen. |
| De groep klaagt voortdurend | Klagen kan een groepsgewoonte worden en werkt verbindend. | Neem klachten serieus, maar vraag daarna: waar hebben we invloed op? Laat leerlingen oplossingen bedenken voor dingen die daadwerkelijk veranderbaar zijn. |
| Leerlingen nemen weinig verantwoordelijkheid | Volwassenen lossen veel voor hen op of verwachtingen zijn onduidelijk. | Leg het probleem waar mogelijk terug: Wat zou jij nu kunnen doen? Help wel nadenken, maar neem niet automatisch over. |
| Afspraken worden steeds vergeten | De afspraken zijn te algemeen, te veel of worden niet consequent gebruikt. | Houd het bij enkele duidelijke afspraken en verwijs daar steeds naar. Liever drie afspraken die leven dan tien regels op een poster. |
| Er ontstaat gedoe in groepsapps | Online communicatie mist nuance en gaat buiten het zicht van school door. | Bespreek online gedrag voordat er problemen zijn. Gebruik situaties en voorbeelden zonder direct leerlingen publiekelijk aan te wijzen. |
| Leerlingen vertellen elkaar alles door | Er is weinig vertrouwen of roddelen levert sociale status op. | Bespreek het verschil tussen doorvertellen, roddelen en hulp halen. Maak duidelijk dat veiligheid soms betekent dat je juist wél iets met een volwassene deelt. |
| De sfeer voelt negatief | Negatief gedrag krijgt veel aandacht en positieve momenten nauwelijks. | Benoem bewust wat goed gaat. Maak succes zichtbaar, ook als het klein is. Een groep moet ook kunnen horen dat er vooruitgang is. |
Een paar dingen die mij helpen
Kijk eerst, handel daarna
De neiging is soms groot om direct in te grijpen. Zeker wanneer iets al vaker is gebeurd. Toch probeer ik eerst goed te kijken: wat gebeurt hier precies?
Wie begint? Wie doet mee? Wie trekt zich terug? Wanneer ontstaat het?
Wat eruitziet als een individueel gedragsprobleem kan soms vooral een groepsprobleem zijn.
Maak problemen klein genoeg om aan te pakken
“Deze klas is ongemotiveerd” is bijna niet op te lossen.
“Bij de start van de mentorles beginnen zes leerlingen niet aan de opdracht” is dat wel.
Hoe concreter je kunt maken wat je ziet, hoe makkelijker het wordt om te bedenken wat je kunt veranderen.
Niet alles hoeft klassikaal
Ik heb zelf de neiging om dingen die in een groep spelen ook met de hele groep te willen bespreken. Maar soms werkt een gesprek met twee of drie leerlingen veel beter.
Niet ieder probleem heeft een mentorles nodig.
Vraag leerlingen om hun oplossing
Leerlingen weten vaak verrassend goed wat er in een groep gebeurt.
Vragen die kunnen helpen:
- Wat gaat hier volgens jullie mis?
- Wanneer lukt het wél?
- Wat zouden wij als docenten misschien niet zien?
- Wat kunnen jullie hier zelf aan veranderen?
- Wat heb je van mij nodig?
Dat betekent niet dat je iedere oplossing moet uitvoeren. Maar leerlingen betrekken levert vaak informatie op die je anders mist.
Probeer gedrag niet meteen persoonlijk te maken
Een leerling die zegt: “Deze mentorles slaat nergens op”, kan behoorlijk irritant zijn.
Maar mijn eerste gedachte hoeft niet te zijn: hij respecteert mij niet.
Misschien vindt hij het spannend. Misschien begrijpt hij de opdracht niet. Misschien probeert hij indruk te maken.
Dat betekent niet dat alles mag. Wel dat nieuwsgierig blijven soms effectiever is dan meteen de strijd aangaan.
Bespreek gedrag buiten het moment
Midden in een conflict is zelden het beste moment voor een uitgebreid gesprek.
Soms is het voldoende om eerst een grens te stellen:
“Hier stoppen we nu mee.”
En later te vragen:
“Wat gebeurde daar eigenlijk?”
Dat gesprek is vaak veel waardevoller wanneer iedereen weer rustig is.
Kies je strijd
Niet ieder zuchtje, grapje of oogrol hoeft gecorrigeerd te worden.
Ik probeer mezelf regelmatig af te vragen:
Is dit gedrag vervelend, of belemmert het werkelijk iemand?
En soms lukt het gewoon even niet
Ook dat hoort bij mentoraat.
Je kunt een fantastische werkvorm voorbereiden die compleet doodvalt. Een gesprek waarvan je verwacht dat het iets oplost, kan juist nieuwe irritatie opleveren. En een groep die vorige week geweldig samenwerkte, kan vandaag ineens ontploffen.
Dat betekent niet automatisch dat je aanpak niet deugt.
Mentoraat blijft mensenwerk.
Observeren, proberen, bijstellen en opnieuw proberen hoort daar volgens mij bij. En als iets steeds terugkomt, is het misschien juist een signaal om het niet alleen op te lossen. Een collega, ondersteuningscoördinator, teamleider of andere mentor kan soms iets zien wat jij inmiddels niet meer ziet.
Je hoeft als mentor niet ieder hoofdpijndossier alleen op te lossen.
Soms is de beste strategie simpelweg: even iemand mee laten kijken