Werkvormen voor de groep

De geheime helper

Iedere leerling krijgt in het geheim een klasgenoot toegewezen en probeert diegene gedurende een dag/week op kleine manieren te helpen. Aan het eind wordt geraden wie wie had.

De onmogelijke opdracht

Geef de groep een opdracht die alleen lukt als iedereen iets bijdraagt. Bijvoorbeeld een constructie, route of puzzel waarbij informatie over de groep verspreid is.

Wissel van bril

Leerlingen krijgen een situatie en bekijken die vanuit verschillende rollen: leerling, vriend, buitenstaander, mentor. Daarna vergelijken ze wat iedereen zou kunnen denken of voelen.

De groepsmissie

De klas krijgt een weekmissie: bijvoorbeeld “zorg dat niemand deze week alleen staat/zit”, “iedereen krijgt minimaal één compliment” of “help iemand zonder dat die erom vraagt”.

Complimenten zonder naam

Leerlingen schrijven iets positiefs over iemand zonder diens naam te noemen. De groep probeert te ontdekken over wie het gaat. Zo worden kwaliteiten zichtbaar.

Samen over de streep – maar anders

Geen zware persoonlijke uitspraken, maar luchtige en vervolgens betekenisvollere keuzes: “stap naar voren als je graag alleen werkt”, “als je het lastig vindt hulp te vragen”. Verschillen worden normaal.

De hulpveiling

Iedereen schrijft iets op waar hij/zij goed in is en iets waarbij hulp welkom is. Daarna zoeken leerlingen matches: wie kan wie ergens mee helpen?

Het groepsbudget

De klas krijgt bijvoorbeeld fictief 100 punten om te verdelen over zaken als sfeer, inzet, vertrouwen, lol, respect en samenwerken. Daarna bespreken: waar staan we nu en waar willen we meer in investeren?


De 1%-actie
Vraag niet: Hoe maken we onze klas fantastisch? Dat is veel te groot.

Vraag:

“Wat kunnen wij morgen doen waardoor onze groep 1% beter wordt?”

Iedere leerling schrijft één kleine actie. De groep kiest er drie. Een week later kijk je of ze verschil maakten.