Zo zie ik mijn groep

We dromen denk ik allemaal van zo’n mentorgroep waarin leerlingen elkaar helpen, niemand buiten de boot valt en respect vanzelfsprekend is. Een groep waarin leerlingen zich veilig genoeg voelen om zichzelf te zijn, fouten te maken en iets te zeggen als het even niet goed gaat.

Maar eerlijk is eerlijk: zo’n groep ontstaat niet vanzelf.

In mijn eigen mentorgroepen heb ik gemerkt dat groepsvorming iets is waar je eigenlijk het hele schooljaar mee bezig blijft. Soms denk je dat een groep lekker loopt en gebeurt er ineens iets waardoor de verhoudingen veranderen. Een nieuwe leerling, een ruzie, een opmerking in een groepsapp of simpelweg leerlingen die zich ontwikkelen en andere vrienden krijgen.

Voor mij betekent een goede mentorgroep daarom niet dat er nooit gedoe is. Het betekent vooral dat er een basis is waarop je kunt terugvallen wanneer dat gedoe er wél is.

Besteed ook aandacht aan de groep als het goed gaat

Groepsvorming krijgt vaak extra aandacht aan het begin van het schooljaar. Kennismakingsspelletjes, afspraken maken, samenwerken. Daarna nemen lessen, cijfers en allerlei andere zaken het al snel over.

Ik herken dat zelf ook. Juist wanneer een groep goed draait, is de verleiding groot om te denken: dit zit wel goed.

Toch probeer ik juist dan af en toe bewust iets met de groep te doen. Dat hoeft helemaal geen uitgebreide mentorles te zijn. Samen een korte opdracht doen, iets bespreken wat goed gaat of leerlingen laten benoemen wat zij prettig vinden aan hun klas kan al genoeg zijn.

Een positieve groepscultuur onderhouden kost meestal minder energie dan een negatieve groepscultuur herstellen.

Kijk verder dan de leerlingen die veel aandacht vragen

In iedere groep zijn leerlingen die gemakkelijk zichtbaar worden. Ze zijn aanwezig, grappig, druk, mondig of vragen veel aandacht.

Maar de leerlingen waar ik als mentor soms het meest alert op probeer te zijn, zijn juist degenen die weinig vragen.

Wie zit er eigenlijk altijd naast dezelfde persoon?
Wie wordt nooit als eerste gekozen?
Wie lacht wel mee, maar hoort er misschien niet echt bij?
Wie zegt tijdens mentorlessen eigenlijk bijna nooit iets?

Je hoeft daar niet meteen een probleem van te maken. Soms is observeren al genoeg. Een klein gesprekje onderweg naar de volgende les kan uiteindelijk meer opleveren dan een officieel mentorgesprek.

Maak van respect iets concreets

“Wij gaan respectvol met elkaar om.”

Het is een prachtige afspraak, maar leerlingen kunnen daar heel verschillende dingen onder verstaan.

Daarom vind ik het belangrijk om het af en toe concreet te maken.

Wat betekent respect als iemand een andere mening heeft?
Wat doe je wanneer iemand een fout antwoord geeft?
Wanneer is een grap nog grappig?
Wat gebeurt er wanneer iemand aangeeft dat iets niet prettig voelt?

Juist door echte situaties te bespreken, krijgt zo’n woord betekenis.

En soms kom je er tijdens zo’n gesprek achter dat leerlingen heel andere grenzen hebben dan je zelf had verwacht.

Laat leerlingen merken dat ze invloed hebben op de sfeer

Een klas is niet alleen iets wat een mentor moet “managen”. Leerlingen maken de groep iedere dag opnieuw met elkaar.

Ik vind het daarom waardevol om leerlingen daar bewust van te maken.

Niet door te zeggen: jullie zijn samen verantwoordelijk voor de sfeer, maar bijvoorbeeld door te vragen:

Wat gebeurt er in deze klas waardoor jij je prettig voelt?

En daarna:

Wat kunnen we vaker doen?

Dat levert vaak verrassend concrete antwoorden op. Iemand begroeten. Niet meteen lachen als iemand iets verkeerd zegt. Mensen meenemen in een groepje. Even vragen of iemand oké is.

Kleine dingen misschien, maar juist die kleine dingen bepalen voor leerlingen hoe veilig een groep voelt.

Grijp kleine dingen soms vroeg aan

Niet ieder incident hoeft natuurlijk een grote mentorles te worden.

Maar ik heb wel geleerd dat kleine opmerkingen, grapjes of patronen soms een voorbode zijn van iets groters.

Wanneer één leerling structureel het mikpunt van grapjes wordt, kun je wachten totdat die leerling aangeeft dat het vervelend is. Maar je kunt ook eerder nieuwsgierig worden:

Wat gebeurt hier eigenlijk?

Dat hoeft niet meteen zwaar of beschuldigend. Soms helpt het al om iets wat je ziet hardop te benoemen.

“Het valt me op dat we de laatste tijd vaak grappen over dezelfde persoon maken. Hoe is dat eigenlijk voor jullie?”

Daarmee geef je de groep ruimte om zelf na te denken.

Een veilige groep betekent niet dat iedereen vrienden moet zijn

Dit vind ik zelf een belangrijke.

We kunnen soms de wens hebben dat iedereen het fantastisch met elkaar kan vinden. Maar dat is waarschijnlijk niet realistisch.

Leerlingen hoeven geen vrienden te zijn.

Ze mogen elkaar irritant vinden. Ze mogen verschillende interesses hebben. Ze mogen andere vriendengroepen hebben.

Wat we volgens mij wél mogen verwachten, is dat iedereen zich veilig kan voelen en mee kan doen.

Je hoeft iemand niet aardig te vinden om iemand normaal te behandelen.

Dat onderscheid maakt gesprekken over groepsgedrag vaak een stuk makkelijker.

Geef zelf het voorbeeld

Leerlingen kijken veel beter naar ons dan we soms denken.

Hoe reageren wij wanneer een leerling iets raars zegt?
Hoe praten we over een collega?
Kunnen we zelf toegeven dat we iets verkeerd hebben gedaan?
Luisteren we echt wanneer een leerling aangeeft dat iets niet prettig voelt?

Ik merk dat juist die kleine momenten veel zeggen over de cultuur die je probeert neer te zetten.

Ook ik reageer weleens te snel of maak een inschatting die achteraf niet helemaal klopt. Juist dan vind ik het belangrijk om dat te kunnen zeggen.

“Daar reageerde ik net niet handig op.”

Dat maakt je volgens mij niet minder duidelijk als docent of mentor. Het laat juist zien wat je zelf onder respect verstaat.

Blijf investeren in individuele relaties

Een sterke groep begint uiteindelijk ook bij individuele leerlingen die zich gezien voelen.

Ik hoef als mentor echt niet alles van iedere leerling te weten. Maar een korte vraag over die voetbalwedstrijd, een toets, een hobby of iets wat een leerling eerder vertelde, kan veel betekenen.

Wanneer leerlingen vertrouwen hebben in hun mentor, zullen ze ook eerder vertellen wanneer er iets binnen de groep speelt.

En vaak hoor je daardoor dingen voordat ze echt groot worden.

Vergeet vooral niet te benoemen wat goed gaat

We zijn in het onderwijs behoorlijk goed in signaleren wat beter moet.

“Stop daarmee.”
“Laat elkaar uitpraten.”
“Doe normaal tegen elkaar.”

Allemaal soms nodig.

Maar ik probeer mezelf ook regelmatig eraan te herinneren om te benoemen wat ik wél zie.

“Ik zag dat jullie hem er net bij haalden.”
“Fijn hoe jullie dit samen oplossen.”
“Ik merk dat jullie elkaar steeds beter ruimte geven.”

Niet overdreven. Gewoon oprecht.

Want gedrag dat aandacht krijgt, wordt zichtbaar. En leerlingen mogen best horen dat ze samen iets goeds aan het opbouwen zijn.

Geen perfecte groep, wel een groep waar je aan blijft werken

Misschien is dat uiteindelijk wel mijn belangrijkste inzicht.

Een goede mentorgroep is niet een groep zonder conflicten, onzekerheden of gedoe. Het is een groep waarin voldoende vertrouwen bestaat om daarmee om te gaan.

En als mentor hoef je dat ook niet allemaal perfect te begeleiden.

Soms lukt een gesprek geweldig. Soms denk je achteraf: dat had ik anders moeten aanpakken. Soms investeer je weken in de groep zonder dat je direct resultaat ziet.

Maar juist die kleine momenten waarin een leerling iemand erbij haalt, voor een ander opkomt of durft te vertellen dat iets niet goed voelt, laten zien waarom het de moeite waard is.

Een sterke mentorgroep bouw je volgens mij niet in één mentorles.

Je bouwt hem iedere dag een klein beetje.