Zo voer ik ouder- en driegesprekken
Ik zie ouder- en driegesprekken vooral als een kans om samen een completer beeld van een leerling te krijgen. School ziet een leerling in een andere omgeving dan thuis en de leerling zelf beleeft het natuurlijk weer vanuit een heel eigen perspectief. Juist door die beelden bij elkaar te brengen, ontstaat vaak een gesprek dat veel verder gaat dan cijfers of praktische afspraken.
De leerling staat centraal
Ik vind het belangrijk dat een gesprek niet vooral over een leerling gaat, maar met de leerling.
Daarom laat ik de leerling bij voorkeur zelf beginnen. Bijvoorbeeld met wat goed gaat, waar hij of zij trots op is, wat leuk is op school en waar nog iets te winnen valt.
Daarna vullen ouders en ik aan.
Die volgorde werkt voor mij prettig:
leerling → ouders → mentor → eventueel andere betrokkenen.
De leerling krijgt daarmee vanaf het begin een actieve rol en het gesprek ontstaat vanuit zijn of haar eigen verhaal.
Ik wil ouders laten merken dat ik hun kind ken
Een oudergesprek hoeft wat mij betreft niet pas interessant te worden zodra er iets misgaat.
Ik vind het juist belangrijk om concreet te kunnen vertellen wat ik zie:
- waar een leerling van opleeft;
- welke ontwikkeling ik heb gezien;
- wat iemand goed kan;
- welke rol een leerling in de groep inneemt;
- of welke kleine stap misschien veel groter is dan hij op papier lijkt.
Dat maakt een gesprek persoonlijker en geeft ouders het gevoel dat hun kind niet alleen een naam, cijfer of dossier voor school is.
Verschillende perspectieven zijn waardevol
Ouders kennen hun kind veel langer dan ik. Tegelijkertijd zie ik als mentor kanten van een leerling die thuis misschien nauwelijks zichtbaar zijn.
Dat maakt het interessant om ervaringen naast elkaar te leggen.
Ik vraag bijvoorbeeld graag:
“Herkennen jullie dit thuis?”
of:
“Wanneer zien jullie juist een heel andere kant?”
Het doel is voor mij niet dat iedereen precies hetzelfde beeld krijgt. Verschillen kunnen juist iets vertellen over wat een leerling nodig heeft of in welke omgeving iets wel of niet lukt.
Een voortgangsgesprek gaat voor mij over ontwikkeling
Natuurlijk kunnen resultaten onderdeel zijn van een gesprek, maar ik probeer te voorkomen dat we samen het rapport gaan voorlezen.
Ik kijk liever naar ontwikkeling.
Wat gaat inmiddels makkelijker?
Waar heeft een leerling stappen gezet?
Wat heeft geholpen?
Waar liggen nieuwe mogelijkheden?
Soms zit groei in cijfers, maar net zo vaak in iets anders: eerder om hulp vragen, beter samenwerken, meer verantwoordelijkheid nemen, iets durven zeggen in de groep of leren omgaan met tegenslag.
Juist die ontwikkeling vind ik belangrijk om zichtbaar te maken.
Samen vooruitkijken
Ik vind het prettig als een gesprek niet alleen terugkijkt, maar ook iets oplevert voor de periode daarna.
Daarbij probeer ik de leerling zelf eerst na te laten denken:
“Waar zou jij de komende tijd een stap in willen zetten?”
Daarna kunnen we kijken wat ouders en school daarbij kunnen betekenen.
Zo ontstaat er geen lijst met opdrachten die volwassenen hebben bedacht, maar een afspraak waar de leerling zelf ook iets in herkent.
En soms hoeft dat helemaal geen groot doel te zijn. Eén kleine, haalbare stap kan genoeg zijn.
En als het gesprek moeilijker wordt
Niet ieder gesprek is natuurlijk positief. Soms zijn er zorgen, moet gedrag besproken worden of moet ik slecht nieuws brengen.
Ook dan probeer ik dezelfde basis vast te houden: duidelijk zijn, de leerling serieus nemen en ouders meenemen in wat ik zie.
Als er slecht nieuws is, vertel ik dat wel vrij snel. Ik vind het niet prettig om eerst lang om het onderwerp heen te draaien.
Daarna is er ruimte voor reactie, vragen en verschillende perspectieven.
Maar een lastig onderwerp hoeft voor mij nooit het hele verhaal van een leerling te worden. Juist dan probeer ik ook vast te houden aan de vraag:
Wat gaat er al wel goed en waar kunnen we op voortbouwen?
Wat ik uiteindelijk belangrijk vind
Voor mij hoeft een goed oudergesprek niet spectaculair te zijn.
Als leerling, ouders en mentor elkaar na afloop iets beter begrijpen, is er al veel bereikt.
Ik hoop vooral dat ouders ervaren:
deze mentor kent mijn kind, ziet wat goed gaat, durft eerlijk te zijn als iets aandacht nodig heeft en wil samen met ons kijken wat helpt.
Dat is voor mij de basis van prettig samenwerken met ouders.
Voorbereiding
Voor mezelf bepaal ik vooraf vooral:
- wat ik concreet zie;
- welke ontwikkeling ik zie;
- waar mijn zorg of vraag zit;
- en wat ik aan het einde van het gesprek graag duidelijk wil hebben.
Ik probeer daarbij bewust onderscheid te maken tussen wat ik weet en wat ik denk. Zeker bij gedrag is dat belangrijk. Een leerling die weinig doet, hoeft niet automatisch ongemotiveerd te zijn. Ik wil eerst begrijpen wat erachter zit.