Hoe leer jij?
Ontdek welke manieren van leren voor jou werken
Thema: Leren leren
Duur: ± 45 minuten
Doelgroep: VO, geschikt voor onderbouw VMBO/HAVO/VWO
Benodigdheden: werkbladen, pen, timer en de drie leerkaartjes uit deze les (print de leerkaartjes enkelzijdig)
Doel van de les
Iedere leerling leert anders, maar dat betekent niet dat je één vaste ‘leerstijl’ hebt. De manier die prettig voelt, is bovendien niet altijd de manier waarmee je het meeste onthoudt.
In deze les onderzoeken leerlingen:
- hoe zij op dit moment meestal leren;
- welke manieren van leren zij prettig vinden;
- welke aanpak daadwerkelijk helpt om informatie te onthouden;
- welke omstandigheden hen helpen of juist afleiden;
- welke leerstrategie zij de komende week willen uitproberen.
Aan het einde van de les heeft iedere leerling een eigen leerrecept.
Lesverloop
1. Start Hoe leer jij nu?
Tijd: 5 minuten
Vertel de leerlingen:
Stel: je hebt morgen een toets en je moet vanavond nog leren. Wat doe jij waarschijnlijk als eerste?
Maak vier plekken in het lokaal:
- Ik lees de stof een paar keer door
- Ik schrijf dingen op of maak een samenvatting
- Ik laat mezelf overhoren
- Ik ga ermee oefenen of leg het iemand uit
Laat leerlingen naar de plek lopen die het beste bij hen past.
Vraag bij iedere groep kort:
- Waarom kies je hiervoor?
- Werkt dit volgens jou goed?
- Hoe weet je eigenlijk of het werkt?
Leg nog niet uit wat beter of minder goed is.
Vertel:
Vandaag gaan we niet testen welk ‘type leerling’ jij bent. We gaan onderzoeken welke manieren van leren voor jou kunnen werken.
2. Het leerexperiment
Tijd: 15 minuten
De leerlingen gaan drie verschillende manieren van leren uitproberen.
Vertel vooraf:
Jullie krijgen drie korte opdrachten. Probeer steeds precies te doen wat er staat. Straks bekijken we wat je hebt onthouden.
Vertel niet dat ze later alle informatie opnieuw moeten opschrijven.
Ronde 1 Opnieuw lezen
Geef leerlingen onderstaande woorden.
Leerkaart A
- kompas
- vulkaan
- cello
- anker
- woestijn
- spiegel
- kasteel
- satelliet
Opdracht
Je hebt 90 seconden.
Lees de woorden zo vaak mogelijk door.
Je mag niets opschrijven.
Ronde 2 Verwerken
Leerkaart B
- cactus
- parachute
- tornado
- viool
- vuurtoren
- diamant
- pinguïn
- hangmat
Opdracht
Je hebt 90 seconden.
Probeer de woorden actief te verwerken.
Je mag bijvoorbeeld:
- er een klein tekeningetje bij maken;
- woorden aan elkaar verbinden;
- een gek verhaal bedenken;
- groepjes maken;
- een voorbeeld bedenken.
Ronde 3 Jezelf testen
Leerkaart C
- raket
- krokodil
- sleutel
- waterval
- gitaar
- ballon
- piramide
- skateboard
Opdracht
Bekijk de woorden ongeveer 30 seconden.
Draai daarna het blad om.
Schrijf zoveel mogelijk woorden op die je nog weet.
Kijk vervolgens opnieuw naar de lijst.
Controleer welke je vergeten was.
Draai het blad opnieuw om en probeer het nog een keer.
3. Even iets anders
Tijd: 2 minuten
Laat leerlingen twee minuten iets doen wat niets met de woorden te maken heeft.
Bijvoorbeeld:
- hun tas opruimen;
- met hun buur bespreken wat ze na school gaan doen;
- drie rek- en strekoefeningen;
- een korte energizer.
Hierdoor zit er enige tijd tussen het leren en het terughalen van de informatie.
(Je zou dit ook per ronde kunnen doen en dan tellen hoeveel woorden ze kunnen herhalen)
4. De geheugentest
Tijd: 5 minuten
Laat leerlingen hun leerkaartjes wegleggen.
Zonder terug te kijken schrijven zij zoveel mogelijk woorden op van:
Lijst A
Hoeveel weet je nog?
Aantal goed: ___ / 8
Lijst B
Hoeveel weet je nog?
Aantal goed: ___ / 8
Lijst C
Hoeveel weet je nog?
Aantal goed: ___ / 8
Laat daarna de kaartjes terugpakken en controleren.
5. Bespreking – Prettig is niet altijd effectief
Tijd: 5 minuten
Bespreek klassikaal:
- Bij welke ronde dacht je dat je het beste aan het leren was?
- Bij welke ronde onthield je uiteindelijk het meeste?
- Was dat hetzelfde?
- Welke aanpak kostte het meeste moeite?
- Betekent meer moeite automatisch dat iets minder goed werkt?
Leg vervolgens uit:
Soms voelt een manier van leren heel prettig, bijvoorbeeld een tekst steeds opnieuw lezen. Je herkent de tekst steeds beter en daardoor kan het voelen alsof je hem kent.
Maar herkennen is iets anders dan iets zelf kunnen terughalen.
Daarom helpt het vaak om jezelf tijdens het leren regelmatig te testen: kan ik dit ook uitleggen of opschrijven zonder te kijken?
Benadruk:
Er bestaat niet één perfecte manier van leren.
Een woordjestoets vraagt bijvoorbeeld iets anders dan leren rekenen, een presentatie voorbereiden of een praktijkvaardigheid oefenen.
Het doel is daarom niet:
“Welke leerstijl ben ik?”
maar:
“Welke aanpak helpt mij bij deze taak?”
6. Mijn leerprofiel
Tijd: 7 minuten
Laat leerlingen onderstaande uitspraken beoordelen. (in het document 'mijn leerprofiel")
Gebruik:
1 = helemaal niet bij mij
2 = een beetje
3 = soms wel, soms niet
4 = meestal wel
5 = heel erg bij mij
Mijn manier van leren
Uitspraak
Ik begin makkelijker als ik precies weet wat ik moet doen.
Een voorbeeld helpt mij om iets te begrijpen.
Ik begrijp iets beter wanneer ik het zelf probeer.
Ik onthoud dingen beter wanneer ik mezelf vragen stel.
Iets aan iemand uitleggen helpt mij om het zelf beter te begrijpen.
Ik maak graag aantekeningen tijdens het leren.
Ik vind het fijn om moeilijke informatie in kleine stukjes te verdelen.
Ik leer beter als ik mijn telefoon niet kan zien.
Ik heb stilte nodig om mij goed te concentreren.
Ik vind samen leren prettig.
Ik leer alleen soms meer dan wanneer ik samenwerk.
Ik stel leren uit als ik niet goed weet waar ik moet beginnen.
Korte leermomenten werken voor mij beter dan heel lang achter elkaar leren.
Ik controleer tijdens het leren of ik het echt uit mijn hoofd weet.
7. Kijk naar jezelf
Maak onderstaande zinnen af. (in het document 'mijn leerprofiel")
Dit gaat bij mij al goed tijdens het leren:
Dit maakt leren voor mij moeilijk:
Hierdoor raak ik het snelst afgeleid:
Dit helpt mij juist om mij te concentreren:
Een manier van leren die ik vaak gebruik is:
Na het experiment denk ik dat ik vaker zou kunnen:
8. Mijn persoonlijke leerrecept
Tijd: 5 minuten
Laat leerlingen nu één echte leertaak kiezen.
Bijvoorbeeld:
- een toets Engels;
- topografie;
- geschiedenis;
- wiskunde;
- een presentatie;
- woordjes;
- een praktische vaardigheid.
Mijn leerrecept
Ik moet leren voor:
Dit moet ik precies kennen of kunnen:
Stap 1 – Beginnen
Ik ga beginnen op:
Ik zorg ervoor dat:
Mijn telefoon is:
Stap 2 – De stof bekijken
Eerst ga ik:
Stap 3 – Actief leren
Daarna ga ik:
- mezelf overhoren;
- oefenen zonder naar het antwoord te kijken;
- iemand uitleggen wat ik geleerd heb;
- vragen over de stof bedenken;
- een oefentoets maken;
- voorbeelden bedenken;
- iets anders, namelijk:
Stap 4 – Controleren
Ik weet dat ik het echt beheers wanneer ik:
Stap 5 – Herhalen
Ik ga de stof opnieuw bekijken op:
Mijn experiment voor deze week
Deze week wil ik tijdens het leren één ding anders proberen.
Ik ga:
Ik wil ontdekken of:
Afsluiting
Laat iedere leerling de volgende zin afmaken:
De volgende keer dat ik moet leren, ga ik…
Eventueel delen leerlingen hun antwoord met hun buurman of buurvrouw.
Voor de mentor
Deze les is vooral bedoeld om leerlingen nieuwsgierig te maken naar hun eigen leerproces.
Probeer daarom uitspraken zoals:
“Jij bent dus een visuele leerling.” te vermijden.
Beter is:
“Blijkbaar helpt het jou bij deze taak om eerst iets te zien.”
of:
“Bij deze opdracht werkte jezelf testen beter dan alleen opnieuw lezen.”
Zo leren leerlingen dat zij verschillende strategieën kunnen inzetten voor verschillende taken.