Wie bepaalt eigenlijk?
Stel: de hele klas wil iets anders.
De één wil een schoolfeest, de ander een sportdag en weer iemand anders wil het geld liever aan een goed doel geven.
Je kunt naar elkaar luisteren en elkaars argumenten begrijpen. Maar uiteindelijk moet er soms toch een beslissing worden genomen.
Wie bepaalt dan wat er gebeurt?
In deze les onderzoek je hoe beslissingen worden genomen, wat inspraak betekent en waarom de meerderheid niet altijd zomaar alles mag bepalen.
Wat ga je leren?
Na deze les:
- weet je dat beslissingen op verschillende manieren genomen kunnen worden;
- kun je uitleggen wat inspraak en meerderheid betekenen;
- ervaar je wat de voor- en nadelen van stemmen zijn;
- ontdek je waarom ook naar een minderheid geluisterd moet worden;
- begrijp je een aantal basisprincipes van democratisch beslissen.
Duur
45 minuten
Benodigdheden
- drie hoeken of plekken in het lokaal;
- eventueel stembriefjes;
- bord of digibord;
- papier voor de groepsopdracht.
1. Wie mag beslissen? | 5 minuten
Begin met een paar snelle situaties.
Lees telkens een situatie voor en vraag:
Wie zou hierover volgens jou moeten beslissen?
Situatie 1
Welke kleding jij morgen aantrekt.
Situatie 2
Hoe laat de lessen op school beginnen.
Situatie 3
Welke film jullie met de klas kijken.
Situatie 4
Of er in de pauze gevoetbald mag worden op het schoolplein.
Situatie 5
Hoe hard je met een auto door een woonwijk mag rijden.
Situatie 6
Welke regels er in jullie klas gelden.
Waarschijnlijk verschillen de antwoorden.
Soms beslis je zelf.
Soms beslist een groep.
Soms beslist iemand die verantwoordelijk is.
En soms worden beslissingen genomen door mensen die namens anderen mogen beslissen.
Vraag:
Moet iedereen eigenlijk overal over mee kunnen beslissen?
En:
Betekent meepraten automatisch dat je ook je zin krijgt?
2. Drie manieren om te beslissen | 8 minuten
Vertel de klas:
Jullie krijgen €300 voor een klassenactiviteit.
Er zijn drie mogelijkheden:
A. Een pretpark
B. Een dag sporten en activiteiten
C. Een gezamenlijke barbecue en daarna naar de bioscoop
Vraag eerst:
Hoe kunnen we beslissen wat we gaan doen?
Verzamel ideeën.
Introduceer daarna drie manieren.
Manier 1: Eén persoon beslist
De mentor kiest.
Voordeel: snel en duidelijk.
Nadeel: misschien wil bijna niemand wat de mentor kiest.
Manier 2: De meerderheid beslist
Iedereen stemt en de optie met de meeste stemmen wint.
Voordeel: de meeste mensen krijgen hun voorkeur.
Nadeel: een deel van de groep krijgt misschien nooit zijn zin.
Manier 3: Samen tot een compromis komen
De groep probeert een oplossing te vinden waar zoveel mogelijk mensen mee kunnen leven.
Voordeel: er wordt naar verschillende wensen gekeken.
Nadeel: dit kost meer tijd en niemand krijgt misschien precies wat hij wilde.
Vraag:
Welke manier vinden jullie het eerlijkst?
Is dezelfde manier altijd de beste?
3. Stemmen maar! | 7 minuten
Laat leerlingen individueel kiezen uit:
A – Pretpark
B – Sport en activiteiten
C – Barbecue en bioscoop
Laat stemmen door handen opsteken of anoniem met briefjes.
Tel de stemmen.
De optie met de meeste stemmen heeft gewonnen.
Maar dan komt de verrassing.
Vertel:
De leerlingen die voor de minst populaire activiteit hebben gekozen, vertellen dat ze absoluut niet mee kunnen of willen met de winnende activiteit.
Bijvoorbeeld:
- een leerling durft door enorme hoogtevrees bijna nergens in;
- een leerling kan door een lichamelijke beperking niet aan een groot deel van de sportactiviteiten deelnemen;
- een leerling heeft een andere belangrijke reden waarom de gekozen activiteit lastig is.
Vraag:
We hebben eerlijk gestemd. Is het probleem dan opgelost?
Moet de meerderheid rekening houden met een kleine groep?
Moet de meerderheid altijd krijgen wat zij wil?
Wanneer zou een meerderheid iets juist níét mogen beslissen?
Laat leerlingen hierover kort reageren.
Onthoud
De meerderheid beslist vaak, maar de minderheid telt ook mee.
4. De klas beslist | 15 minuten
Vertel:
Jullie zijn vandaag de leerlingenraad van een fictieve school.
De schoolleiding heeft jullie gevraagd een probleem op te lossen.
Verdeel de klas in groepjes van vier of vijf.
Geef ieder groepje één situatie.
Situatie 1: De telefoons
Er is veel gedoe met telefoons.
De schoolleiding stelt drie mogelijkheden voor:
A. Telefoons zijn de hele schooldag verboden.
B. Telefoons zijn alleen tijdens de lessen verboden.
C. Er komen geen vaste regels; docenten bepalen het zelf.
Welke regel zouden jullie kiezen?
Situatie 2: De pauzeruimte
De school heeft één lokaal over.
Leerlingen hebben verschillende wensen.
A. Een rustige ruimte om te werken en ontspannen.
B. Een gameroom.
C. Een ruimte met tafeltennis, tafelvoetbal en andere activiteiten.
Wat moet het worden?
Situatie 3: Het schoolbudget
Er is €5.000 extra beschikbaar.
Dat kan worden besteed aan:
A. Meer activiteiten en schoolfeesten.
B. Nieuwe zitplekken en een mooiere aula.
C. Extra begeleiding voor leerlingen die moeite hebben met school.
Waar moet het geld naartoe?
Situatie 4: De schooldag
Veel leerlingen vinden de huidige schooldag te lang.
Er zijn drie voorstellen:
A. Een kortere pauze, zodat iedereen eerder naar huis kan.
B. Alles blijft zoals het is.
C. Eén dag per week langer les en op vrijdag eerder klaar.
Welk voorstel kiezen jullie?
Jullie opdracht
Neem niet meteen een stemming.
Stap 1: Geef je mening
Iedere leerling vertelt eerst:
Ik kies voor… omdat…
Stap 2: Luister
Iedereen krijgt de kans om zijn of haar argument uit te leggen.
Stap 3: Kijk naar gevolgen
Bespreek bij iedere mogelijkheid:
- Wie heeft hier voordeel van?
- Wie heeft hier nadeel van?
- Is er een groep waar we extra rekening mee moeten houden?
Stap 4: Probeer een compromis
Kunnen jullie het voorstel aanpassen zodat meer mensen ermee kunnen leven?
Stap 5: Beslis
Lukt het niet om het eens te worden?
Dan mogen jullie stemmen.
Schrijf jullie uiteindelijke besluit op.
En vooral:
Leg uit waarom jullie vinden dat dit een eerlijke beslissing is.
5. Maar is dat democratisch? | 7 minuten
Bespreek enkele besluiten klassikaal.
Vraag bij ieder groepje:
Hoe hebben jullie de beslissing genomen?
Heeft iedereen zijn zin gekregen?
Heeft iedereen wel zijn mening kunnen geven?
Hebben jullie rekening gehouden met de mensen die het niet eens waren met de beslissing?
Leg vervolgens het begrip democratie eenvoudig uit:
Democratie
In een democratie mogen mensen invloed hebben op beslissingen.
Dat betekent niet dat iedereen altijd krijgt wat hij wil.
Het betekent onder andere dat:
- mensen hun mening mogen geven;
- verschillende meningen gehoord mogen worden;
- mensen kunnen stemmen;
- de meerderheid vaak een beslissing neemt;
- er ook rekening wordt gehouden met de rechten en belangen van anderen;
- afspraken en regels gelden voor iedereen.
Vraag:
Wat is volgens jullie belangrijker: je zin krijgen of mee mogen praten?
6. Tot slot | 3 minuten
Maak individueel de volgende zinnen af:
Ik vind een beslissing eerlijk als…
Als de meerderheid iets anders wil dan ik, dan…
Bij een goede beslissing moet je rekening houden met…
En denk nog één keer terug aan de vraag van het begin:
Wie bepaalt eigenlijk?
Het antwoord is dus niet altijd:
“Degene met de meeste stemmen.”
Soms beslis je zelf.
Soms beslist iemand die verantwoordelijk is.
Soms beslist de meerderheid.
En soms moeten we eerst zoeken naar een oplossing waarmee verschillende mensen kunnen leven.
Onthoud
Democratie betekent niet dat iedereen altijd zijn zin krijgt.
Het betekent dat mensen mee kunnen praten, mee kunnen denken en invloed kunnen hebben op beslissingen.
En als er uiteindelijk een keuze wordt gemaakt: