Grens bereikt!
Thema: Grenzen herkennen en aangeven
Duur: 45 minuten
Vervolgles op: Meedoen of zelf kiezen?
Doel: Leerlingen ontdekken hoe een grens voelt, waarom mensen soms te laat reageren en hoe je duidelijk kunt maken waar jouw grens ligt.
1. De onzichtbare grens – mini-experiment 7 minuten
Leg een voorwerp midden in het lokaal, bijvoorbeeld een etui.
Vertel:
Stel: dit voorwerp ben jij. Hoe dichtbij mag iemand komen voordat jij denkt: nu wordt het ongemakkelijk?
Laat leerlingen met hun vingers of een denkbeeldige cirkel aangeven hoeveel ruimte ze zouden willen.
Verander daarna de situatie:
- Het is je beste vriend.
- Het is iemand uit je klas die je nauwelijks kent.
- Iemand is boos.
- Iemand wil alleen iets vragen.
Bespreek kort:
Waarom verschuift een grens terwijl de afstand hetzelfde blijft?
Kern:
Een grens zit niet alleen in wat iemand doet, maar ook in wie, wanneer, waar en hoe.
2. Grensalarm 8 minuten
Leerlingen krijgen een leeg silhouet van een persoon of tekenen snel een lichaam.
Vraag:
Wat gebeurt er met jou als iets niet goed voelt?
Laat ze signalen tekenen of opschrijven op de juiste plek.
Bijvoorbeeld:
- knoop in je buik;
- warm hoofd;
- hart sneller;
- lachen uit ongemak;
- stil worden;
- boos worden;
- wegkijken;
- spanning in je schouders.
Daarna:
Mijn persoonlijke alarmsignaal is vaak…
…
Leg uit:
Je lichaam merkt een grens soms eerder dan je hoofd.
3. De grens wordt steeds een stukje opgeschoven 10 minuten
Geef groepjes een stapeltje kaartjes met één situatie die steeds verder gaat.
Bijvoorbeeld:
Situatie: je telefoon
- Een vriend vraagt welke telefoon je hebt.
- Die vriend vraagt of hij hem even mag bekijken.
- Hij opent een app.
- Hij leest een bericht.
- Hij stuurt namens jou iets.
- Jij vraagt hem te stoppen, maar hij gaat door.
De leerlingen leggen de kaartjes op volgorde.
Daarna plaatsen ze ergens tussen de kaartjes een kaart:
HIER GAAT MIJN GRENS
Gebruik verschillende series, bijvoorbeeld:
- grappen maken;
- spullen lenen;
- foto's maken;
- aanraken;
- geheimen vertellen;
- plagen;
- groepsapps.
Vergelijk kort de uitkomsten.
Belangrijk inzicht
De grens ligt niet bij iedereen op dezelfde plek.
Maar:
Als iemand jouw grens kent en tóch doorgaat, verandert de situatie.
4. De afstandsbediening
12 minuten
Introduceer een denkbeeldige afstandsbediening met vier knoppen:
⏸ PAUZE
🗣 ZEG HET
🔁 HERHAAL
⏹ STOP
Geef groepjes situatiekaartjes.
Bijvoorbeeld:
Iemand blijft een bijnaam gebruiken die jij niet leuk vindt.
De groep bedenkt wat je bij iedere knop kunt doen.
PAUZE
Eerst voelen: vind ik dit eigenlijk nog oké?
ZEG HET
“Ik wil niet dat je me zo noemt.”
HERHAAL
“Ik meen het. Stop ermee.”
STOP
Uit de situatie stappen of iemand erbij halen.
Laat leerlingen hun beste voorbeeld op een groot vel schrijven.
Hang de vellen op als grenzen-handleiding van de klas.
5. De kapotte plaat 5 minuten
Doe dit klassikaal.
Vertel:
Soms werkt uitleggen juist tegen je. Hoe meer je uitlegt, hoe meer iemand probeert je over te halen.
Jij speelt de aandringer:
“Waarom dan?”
Leerlingen mogen alleen reageren door één duidelijke grenszin steeds opnieuw te gebruiken.
Bijvoorbeeld:
“Nee, dat wil ik niet.”
Jij:
“Maar iedereen doet het.”
“Nee, dat wil ik niet.”
“Echt maar heel even.”
“Nee, dat wil ik niet.”
Maak er tempo in. Vaak wordt dit vanzelf grappig.
Vraag daarna:
Waarom werkt de kapotte-plaat-methode soms goed?
Omdat je niet steeds opnieuw hoeft te verdedigen waarom je iets niet wilt.
Afsluiting – Mijn gebruiksaanwijzing 3 minuten
Laat leerlingen afmaken:
Je merkt bij mij dat iets te ver gaat als…
…
Als ik serieus een grens aangeef, helpt het als anderen…
…
Een zin die bij mij past is:
…
Sluit af met:
Een grens is geen discussiepunt.
Je hoeft niet boos te worden om duidelijk te zijn.
En je hoeft geen perfecte reden te hebben om iets niet te willen.