Wat voel ik eigenlijk?

Thema: Emoties herkennen en reguleren
Duur: 45 minuten
Doel: Leerlingen leren emoties eerder herkennen, merken welke signalen hun lichaam geeft en ontdekken wat hen helpt om weer rustiger te worden.

Eventueel nodig: Werkblad onderaan te downloaden

1. Start: Emotie zonder woorden 7 minuten

Schrijf een aantal emoties op losse kaartjes, bijvoorbeeld:

  • blij
  • boos
  • gespannen
  • teleurgesteld
  • onzeker
  • enthousiast
  • geïrriteerd
  • verdrietig
  • opgelucht

Een leerling trekt een kaartje en probeert de emotie uit te beelden zonder te praten.

De klas raadt.

Vraag daarna:

Waaraan zag je welke emotie het was?

Verzamel woorden als:

  • gezicht;
  • houding;
  • stem;
  • beweging;
  • snelheid;
  • blik.

Kern: Emoties zijn vaak al zichtbaar en voelbaar voordat iemand er woorden aan geeft.

2. Het emotie-ijsbergje 8 minuten

Teken een ijsberg op het bord.

Boven water staat bijvoorbeeld:

BOOS

Vraag:

Wat kan er onder boosheid zitten?

Leerlingen noemen mogelijke gevoelens:

  • gekwetst;
  • bang;
  • onzeker;
  • teleurgesteld;
  • buitengesloten;
  • moe;
  • jaloers;
  • beschaamd.

Doe hetzelfde kort met bijvoorbeeld stil worden of grappen maken.

Bespreek: Wat je aan de buitenkant ziet, is niet altijd precies wat iemand vanbinnen voelt.

3. Mijn emotieradar 10 minuten

Leerlingen tekenen een persoon of gebruiken een lichaamssilhouet.

Lees verschillende situaties voor:

  • Je krijgt onverwacht een slecht cijfer.
  • Iemand lacht om iets wat jij zegt.
  • Je moet straks presenteren.
  • Je hoort goed nieuws.
  • Iemand pakt iets van je zonder te vragen.
  • Je hebt ruzie met een vriend.

Per situatie bedenken leerlingen:

Wat gebeurt er in je lichaam?

Bijvoorbeeld:

  • warm hoofd;
  • gespannen schouders;
  • hart klopt sneller;
  • buikpijn;
  • zweten;
  • lachen;
  • trillen;
  • stil worden;
  • veel praten.

Laat ze daarna één zin afmaken:

Ik merk vaak dat een emotie sterker wordt wanneer mijn lichaam…

Kern:

Je lichaam kan een soort waarschuwingssysteem zijn.

4. Van 0 naar 10 8 minuten

Teken een schaal:

0 — 1 — 2 — 3 — 4 — 5 — 6 — 7 — 8 — 9 — 10

Leg uit:

  • 0–3: rustig;
  • 4–6: emotie wordt sterker;
  • 7–10: reageren zonder nadenken wordt steeds makkelijker.

Neem bijvoorbeeld boosheid.

Vraag:

Wat doe of merk je bij een 3?
Wat gebeurt er bij een 6?
Hoe ziet een 9 eruit?

Doe hetzelfde kort met spanning.

Belangrijke vraag:

Wanneer kun je het makkelijkst nog iets doen om jezelf te helpen?

Meestal: vóórdat je op 9 of 10 zit.

5. De resetknoppen 9 minuten

Schrijf op het werkblad of maak kaartje of schrijf op het bord:

  • even weg uit de situatie
  • rustig ademhalen
  • bewegen
  • muziek luisteren
  • iets opschrijven
  • water drinken
  • met iemand praten
  • tellen
  • afleiding zoeken
  • even alleen zijn
  • bedenken wat er echt gebeurde
  • slapen/rust nemen

Leerlingen geven iedere strategie een score:

werkt waarschijnlijk goed voor mij
misschien
werkt waarschijnlijk niet voor mij

Daarna kiezen ze hun persoonlijke top 3 resetknoppen.

Benadruk:

Reguleren betekent niet dat je een emotie moet wegdrukken. Het betekent dat je zorgt dat de emotie niet volledig bepaalt wat je doet.

6. Afsluiting: Mijn persoonlijke gebruiksaanwijzing 3 minuten

Laat leerlingen drie zinnen afmaken:

Ik merk aan mezelf dat ik boos/gespannen raak wanneer…

Een signaal van mijn lichaam is…

Iets wat mij kan helpen om weer rustiger te worden is…

Sluit af met:

Een emotie kun je niet altijd kiezen.

Wat je daarna doet, kun je vaak wél beïnvloeden.

Eerst herkennen → dan reguleren → daarna reageren.

Werkblad Mijn Resetknoppen Docx

Word – 33,1 KB 0 downloads