Home » Groep » Communicatie » Wat je wel en niet zegt

Wat je wel en niet zegt

Wat zeg je tegen wie?

 

Wanneer je iets zegt, moet je rekening houden met de mensen waarmee je te maken hebt.

 

Maak in twee-tallen de opdracht van het werkblad (download het onderstaande excel-bestand)

“Wat je wel en niet zegt”.

Zoek alle uitspraken die je tegen je vriend of vriendin kunt zeggen of tegen de baas van het bedrijf waar je een baantje hebt of stage loopt.

Maak daarna ook de andere vragen.

 

Werkblad Wat je wel en niet zegt
Excel – 180.0 KB 545 downloads

Mogelijke vragen:

 

  • Wat gebeurt er als je de verkeerde dingen zegt tegen vreemden of tegen je baas?
  • Hoe kwets je iemand met woorden?
  • Aan welke dingen die anderen zeggen of aan hoe ze praten (schreeuwen) erger je je?
  • Heb je zelf wel eens meegemaakt dat je iets deed of zei wat de ander stoorde? Hoe maakt hij/zij je dat duidelijk?

Heb je daardoor iets veranderd aan je gedrag?

  • Hoe kun je voorkomen dat je dingen tegen iemand zegt, die haar/hem

   kwetsen?

  •  Wat zeg je als je merkt dat je iemand gekwetst hebt zonder dat je dat wilde?

 

 

Wat je wel en niet zegt.

 

Je kunt niet altijd en overal zeggen wat je denkt.

Wat je tegen je beste vriend of vriendin wel kunt zeggen, kun je waarschijnlijk niet zeggen tegen de mensen op je stageplaats, tijdens je baantje of als je op bezoek bent bij vreemden.

Misschien kijken ze je dan raar aan en vinden je brutaal of denken dat je geen respect voor ze hebt.

Vaak weet je wat je tegen de een wel kan zeggen en tegen de ander niet.

Weten wat je wel en niet kunt zeggen kan problemen voorkomen.

 

  1. De een is de ander niet.

 

Kies een woord en schrijf dat midden op het bord.

Vraag klasgenoten wat bij hen opkomt als ze dat woord lezen.

Wat denken ze, welk gevoel roept het op?

Schrijf alles wat ze noemen in kernwoorden rondom het centrale woord.

 

Voorbeelden van woorden die opgeschreven kunnen worden:

Gisteren

Rapport

School

Thuis

Familie

 

In deze oefening wordt duidelijk dat een woord bij verschillende mensen andere gevoelens oproept.

In de communicatie met anderen moet je dus altijd aftasten wat je tegen iemand kunt zeggen. Geen mens is gelijk. Om iemand niet te ergeren of te kwetsen moet je aanvoelen wat je wel en niet kan met die persoon.

 

Schrijf nu een scheldwoord wat vaak wordt gebruikt centraal op het bord.

Vraag klasgenoten wat zij denken of voelen bij dat woord.

Noteer alles op het bord.

Zo ontdekt iedereen wat dat scheldwoord voor elke klasgenoot betekent.